Programma

09.00 uur Ontvangst en registratie
10.00 uur Opening door de dagvoorzitter
  Dr. Bas Levering, docent en onderzoeker Universiteit Utrecht, lector Algemene Pedagogiek Fontys Hogescholen Tilburg en hoofdredacteur Pedagogiek in Praktijk.
10.15 uur Plenaire bijdrage: Hulpverleners en het gewone leven
 
Prof. dr. Jo Hermanns, deeltijdhoogleraar Opvoedkunde en bijzonder hoogleraar op de Kohnstammleerstoel, Universiteit van Amsterdam, bijzonder lector, Hogeschool Utrecht en onafhankelijk adviseur jeugd en jeugdbeleid, H&S Consult.
11.00 uur Koffie- en theepauze
11.30 uur U volgt twee subplenaire lezingen achter elkaar (11.30 en 12.15 uur), hierbij heeft u de keuze uit één van de drie onderstaande groepen:
  Groep 1: Onderwijs & Jeugdzorg in samenwerking met Altra, onderwijs & jeugdhulp.
Subplenair A: Wie helpt de school?
(Internationaal) Onderzoek wijst uit dat het voor kinderen gunstig is als school en thuis geen
gescheiden werelden zijn, als er een verband bestaat tussen het leven op school en dat in de buurt. En als school, ouders en andere (professionele) partijen en organisaties die zich op kinderen/jongeren richten elkaar weten te vinden. Scholen moeten hun onderwijstaak goed vervullen, maar de grootstedelijke context vraagt om méér. Duidelijk is dat scholen hun opdracht niet alleen kunnen vervullen, zij hebben daarbij de inzet van andere(n) (organisaties) nodig.
Prof. dr. Edith Hooge, hoogleraar Onderwijsbestuur, Universiteit van Tilburg en senior adviseur bij BMC advies.
Subplenair B: Bouwen aan een toekomst voor ieder kind
Binnen de jeugdzorg en het onderwijs zijn veel veranderingen gaande. Laten we de transities benutten om de hulp aan kinderen, ouders  en leerkrachten te verbeteren, door de problemen integraal aan te pakken. Uit Amsterdams onderzoek is gebleken dat 60% van de zorgleerlingen gedragsproblemen heeft. Grote kans dat die gedragsproblemen niet alleen op school spelen, maar ook thuis. Het is het meest effectief en efficiënt om hulp thuis en op school te verbinden en dicht bij elkaar te organiseren. Ella Kalsbeek licht toe hoe dat er in de praktijk uit ziet.
Mr. Ella Kalsbeek, voorzitter raad van bestuur, Altra, onderwijs & jeugdhulp.
  Groep 2: Veiligheid/het veilige kind in samenwerking met NJi/MOVISIE
Subplenair C: Integrale jeugdbescherming
De inleiding wordt begonnen met een visie op ingrijpen door of namens de overheid ter bescherming van jeugdigen. Gepleit wordt voor bescheidenheid van professionals en instanties ten opzichte van de verantwoordelijkheid van de ouders en voor robuust optreden voor zover een jeugdige ernstig wordt bedreigd in zijn ontwikkeling. Ingrijpen door de overheid begint niet pas na de uitspraak van de rechter: het begint bij de melding bij het AMK of een zorgmelding bij de toegang. Integrale jeugdbescherming omvat alle functies
vanaf de melding, onderzoek, activeren van de ouders en het netwerk rond het kind, inschakelen van vrijwillige hulp, inschakelen van de rechter en uitvoeren van de rechterlijke maatregel. Dit geheel moet gezien worden als één primair proces. 
De gemeente heeft nu reeds bevoegdheden en verantwoordelijkheden ten aanzien van jeugdigen en gezinnen, bijvoorbeeld ten aanzien van de leerplicht, uitkeringen, huisvesting. De ‘integrale jeugdbescherming’ sluit aan op het casemanagement ten aanzien van ‘drang en dwang’. Recent komt de samenwerking tussen bureaus jeugdzorg, raad voor de kinderbescherming en gemeenten op gang om de nieuwe, integrale jeugdbescherming in de praktijk te ontwikkelen. Daarbij is de uitdaging om ook in ernstige situatie uit te gaan van samenwerking met de jeugdige, de ouders en het netwerk en consequent te werken aan een niet paternalistische, wel duidelijke, niet bureaucratische praktijk. Een voorbeeld van een zich ontwikkelende praktijk van integrale jeugdbescherming is het project Verve in de provincie Overijssel. In de lezing wordt ingegaan op de wijze waarop dit project werkt en zich ontwikkelt.
Mr.dr. Adri van Montfoort, lector Jeugdzorg en Jeugdbeleid, Hogeschool Leiden en directeur Van Montfoort.
Subplenair D: Multidisciplinaire aanpak Kindermishandeling
Nu worden mishandelde kinderen nog te veel en te vaak overgedragen van de ene professional naar de andere en van de ene instantie naar de andere. Soms raken kinderen hierdoor kwijt in de zorg- en justitieketens. In ieder geval moeten kinderen en hun ouders keer op keer hun verhaal vertellen aan steeds weer nieuwe professionals die bij andere instanties werken. De vraag ‘Why don’t you big people talk to one another?’ van een mishandeld kind dat steeds opnieuw gevraagd werd naar het misbruik en de mishandeling was in de VS het startpunt voor de Child Advocacy Centers. De CAC’s vormen de inspiratie voor de multidisciplinaire centra kindermishandeling (MDCK) in Nederland. De ambitie is om een aanpak van kindermishandeling te ontwikkelen die kind- en gezinsvriendelijk is en waarin kinderen en gezinnen centraal staan i.p.v. de werkwijze van instanties. Snelheid van handelen en de veiligheid van kinderen staan voorop omdat iedere dag dat een kind mishandeld, misbruikt of verwaarloosd wordt er één te veel is. 
Drs. Linda Terpstra, directeur, Fier Fryslân.
  Groep 3: Professionele interventies
Subplenair E: Hoe meten kan leiden tot weten.
Benutting van onderzoeksgegevens in het primair proces en op beleidsniveau .Het meten van uitkomsten van behandelingen in de (jeugd) zorg heeft de laatste jaren een grote vlucht genomen. Waren het voorheen vooral onderzoekers die hier belangstelling voor toonden, vandaag de dag zijn ook behandelaars, bestuurders, beleidsmakers, financiers en toezichthouders meer dan alleen geïnteresseerd in uitkomsten. Ze willen ze ook benutten, het werk kan er beter van worden en het werk kan er ook beter door verantwoord worden. Dat maakt het meten van uitkomsten uiterst relevant. In deze lezing wordt een overzicht gegeven van de stand van zaken omtrent het meten van uitkomsten in de jeugdzorg. Eerst wordt ingegaan op wat het meten van uitkomsten is en hoe het eruit ziet, daarna wordt ingegaan welke doelen het kan dienen. Eveneens wordt ingegaan op hoe het meten van uitkomsten binnen het primair proces en op team- en organisatieniveau benut kan worden. Dat het meten van uitkomsten relevant, belangrijk en interessant is voor de kwaliteitsontwikkeling, daar is men het veelal wel over eens. Toch is het voor de meeste organisaties nog niet eenvoudig om het meten in de
praktijk te organiseren. In deze lezing wordt ook aandacht besteed aan zaken die van belang zijn bij het opzetten van uitkomstenmonitoring en een goede implementatie daarvan.Dr. Coleta van Dam, onderzoeker Praktikon.
Subplenair F: Frontlijn aanpak en transities
Over sommige gezinnen en huishoudens zijn zorgen en we zien bovendien dat een woud aan hulpverleners elkaar voor de voeten loopt of juist langs elkaar heen. Veel gemeenten hebben besloten deze problematiek aan te pakken. Jeanet Zonneveld verzorgt een presentatie over haar landelijk programma Aanpak Achter de Voordeur/Multiprobleem Gezinnen, van ministeries BZK en VWS. Ze legt verbinding met de noodzakelijke systeeminnovatie die de transities zullen mogelijk maken. Zodat gezinnen en huishoudens in gemeenten beter en goedkoper geholpen worden vanuit het principe: 1 gezin 1 plan 1 regisseur, waarbij de frontlijn aanpak veelbelovend is: wijkgericht, outreachend, gemandateerd en vanuit zowel Eigen kracht als regiefunctie van gemeente. Daarnaast komen ook instrumenten aan bod zoals de Maatschappelijke Kosten Baten Analyse voor de aanpak in gemeenten.
Drs. Jeanet Zonneveld, landelijk projectleider ADV/MPGaanpak ministerie BZK/VWS.
13.00 uur Lunch
14.00 uur Eerste deelsessieronde
15.00 uur Theepauze
15.30 uur Tweede deelsessieronde
16.30 uur Afsluitende borrel