Deelsessies

Tijdens dit congres bezoekt u in de middag twee deelsessies. U kunt op het aanmeldingsformulier uw voorkeuren aan ons doorgeven. Uitgebreide omschrijvingen van de deelsessies kunt u vinden op: www.jeugdzo.nl.

1. Op weg naar veiligheid in gezinnen. Werken met Signs of Safety

In deze sessie zal orthopedagoge Catelijne Sillevis de deelnemers op interactieve wijze kennis laten maken met Signs of Safety. De oplossingsgerichte werkwijze Signs of Safety, afkomstig uit Australië, is in Nederland zeer goed bruikbaar bij de aanpak van kindermishandeling. Catelijne Sillevis zal aan de hand van praktijkervaringen laten zien hoe Signs of Safety een welkome aanvulling is gebleken voor haar werk als orthopedagoog met gezinnen met complexe problematiek. Het is een relatief eenvoudige methodiek die veiligheid van kinderen kan vergroten of zelfs garanderen.
Drs. Catelijne Sillevis, gedragswetenschapper/orthopedagoog, Cardea Jeugdzorg.

2. Als het misgaat… bel ik jou

Getuige zijn van huiselijk geweld heeft groot effect op kinderen. Zij kampen vaak met grote emotionele- en gedragsproblemen. Het wordt dan ook gezien als vorm van kindermishandeling. Om een veiligheidsnetwerk om deze kinderen te creëren heeft JSO de methodiek Als het misgaat, bel ik jou ontwikkeld voor hulpverleners van alle betrokkenen bij huiselijk geweld (vaders, moeders en kinderen). De werkwijze biedt kinderen veiligheid en laagdrempelige ondersteuning.
Hulpverleners zijn uiterst positief, omdat de methodiek eenvoudig toepasbaar is bij hun hulp aan kinderen en ouders. Aan de hand van Als het misgaat, bel ik jou bekijkt de hulpverlener wat de mensen uit de directe omgeving zoals familie, buren, leeftijdsgenoten, leerkrachten en sportleiders voor het kind kunnen betekenen. Zo wordt uitgegaan van de veerkracht van het kind en worden de eigen handelingsmogelijkheden versterkt.
Deze interventie heeft van het NJI het oordeel ‘theoretisch goed onderbouwd’ gekregen.
Marjanne van Esveld, adviseur/trainer Aanpak Kindermishandeling, JSO.


3. ReSet: Handen en hart in het gezin
ReSet biedt kortdurende thuisbegeleiding voor risico- en multiprobleemgezinnen met kinderen tot 19 jaar. In de presentatie wordt ReSet kort toegelicht: wat doet ReSet en voor wie is de interventie bedoeld? Wat zijn de kosten en baten van ReSet? In een korte film komen gezinnen en thuisbegeleiders aan het woord. ReSet is een interventie die uitstekend past binnen de decentralisaties op het gebied van jeugdzorg, WMO, werk en de veranderingen in de wet Passend Onderwijs die op stapel staan. ReSet past binnen een ontkokerd stelsel van sociale ondersteuning. Aan de hand van het RMO-advies Ontzorgen en Normaliseren gaat Geeske Hoogenboezem samen met de deelnemers nader in op de uitdagingen en de kansen die de verschillende transities bieden en de sleutelrol die ReSet hierin kan vervullen.

Dr. Geeske Hoogenboezem, onderzoeker, JSO.

4. Op naar excellente zorg voor jeugd: een pleidooi voor samenhangende zorg Integratie van opvoeding, pedagogiek, psychologie en onderwijs.
De zorgprogramma’s van Fier maken gebruik van het brandglasprincipe. Het is een aantrekkelijk idee: de eigen inspanningen worden versterkt door de inspanningen van de anderen, die aan hetzelfde doel werken. De kunst is natuurlijk om de samenwerking zo vorm te geven dat er ook werkelijk sprake is van een bundeling van krachten. Dat is nog niet zo eenvoudig. Maar wel noodzakelijk. In deze workshop komen verschillende thema’s aanbod vanuit de vraag hoe we excellente zorg zouden kunnen ontwikkelen voor jongeren. Daarbij is de eerste vraag: zou je dit meisje of deze jongen hetzelfde behandelen als het je eigen dochter of zoon zou zijn? Verder gaan we in op het perspectief van de psycholoog, het perspectief van de pedagoog, het perspectief van de traumadeskundige maar ook van de leerkracht en de sportleraar. Want wie heeft het nu eigenlijk voor het zeggen? De psycholoog of de SPH-er? En, waarom eigenlijk?
Drs. Linda Terpstra en Drs. Anke van Dijke, beiden directeur, Fier Fryslân.

5. Brains4Use, een individuele behandeling voor verslavingsproblematiek, van theorie naar praktijk

Brains4Use richt zich op jongeren die een verslavingsverleden hebben en op jongeren die positief bevonden worden bij een urinecontrole. Dit traject bestaat uit ongeveer 12 gesprekken. We zullen tijdens de deelsessie uitleg geven over de inhoud van dit traject. De methodiek van Brains4Use gaat ervanuit dat bij verandering van gedragspatronen de cirkel van verandering (Prochaska en DiClemente) doorlopen wordt. Er wordt gebruik gemaakt van motiverende gespreksvoering en van de interventie Herstel Sociaal Netwerk (ontwikkeld door Tactus).
Angela van den Berg, groepsleider LSG-Rentray locatie Eefde.

6. Deze deelsessie is komen te vervallen

7. Multi Systeem Therapie voor kindermishandeling en verwaarlozing (MSTCAN); de eerste resultaten
Drs. Monique Slot, psycholoog-psychotherapeut, MST-CAN supervisor, de Viersprong.

8. Een risicojongere, dus afgeschreven?!
Jeroen Honhoff, algemeen directeur, Titan. Maya Hofhuis-van den Brink, orthopedagooggeneralist, Titan.

9. Wat moet je als jeugdprofessional weten over mediaopvoeding?
Dr. Justine Pardoen (1959) is hoofdredacteur van Ouders Online (www.ouders.nl) en gespecialiseerd in jongeren en media. Ze schreef enkele boeken over mediaopvoeding en richtte samen met Remco Pijpers de stichting Mijn Kind Online op. Met Mijn Kind Online en Peter Nikken (NJi, hoogleraar Mediaopvoeding EUR) maakt ze www.mediaopvoeding.nl.
Dr. Justine Pardoen, hoofdredacteur, Ouders Online (www.ouders.nl), auteur en medeoprichter Stichting Mijn Kind Online.

10. Rebound in het VO

In de rebound komt de zorg voor leerlingen en de zorg voor veiligheid op school samen: aandacht, steun en zorg van docenten en zorginstellingen, maar ook tijdige begrenzing van gedrag en herstel van verhoudingen. De rebound doet dit vanuit een sterk pedagogisch klimaat en met een sterke focus op de terugkeer in regulier onderwijs. Met als succes dat zij er sinds 2005 in is geslaagd enkele duizenden leerlingen terug te leiden naar regulier VO, dan wel naar een andere,  beter passende onderwijsvorm.
Anno 2012 staat de rebound voor grote veranderingen onder invloed van de aanstaande start van passend onderwijs. De afzonderlijke projecten gaan op in een gecombineerd budget voor ‘lichte zorg’. Dat zal vermoedelijk ook consequenties hebben voor de organisatie en het programma. Zoals: meer aandacht voor ondersteuning van het reguliere VO, maar ook: integratie van rebound met andere programma’s in een aanbod dat men nu aanduidt als ‘tussenvoorzieningen’. De rebound slaat een nieuwe weg in!

Hierover gaan we met u in gesprek. We verkennen de functies van de rebound en gaan na hoe de rebound (de tussenvoorziening)  er binnen Passend onderwijs uit zal zien. Graag horen we van u welke functies van de rebound u belangrijk vindt en welke rol van de (jeugd)zorg volgens u passend is. Dr. Daan Wienke, afdeling Onderwijs & Jeugdzorg, NJi; associated lector Social Work, Hogeschool Inholland. en drs. Corian Messing, senior medewerker Onderwijs & Jeugdzorg, NJi.

11. Optimalisering van het leefklimaat voor jongeren
Dr. Peer van der Helm, hoofd onderzoek cluster SW&TP, Hogeschool Leiden


12. Onderwijs-zorglijnen in de praktijk: gezinsbegeleiding vanuit school
Altra Jeugdzorg  is in 2010 gestart met de hulpvorm ATOS (Altra Thuis en Op School) . Een hulpvorm waar de zorg aan zowel het kind individueel, de ouders als de (REC-IV)school centraal staat. 
Het klinkt logisch, iedere hulpverlener houdt zich als het goed is met deze drie peilers bezig. In de praktijk is echter gebleken dat het daadwerkelijk verbinden een pittige maar uiteindelijk zeer lonende taak is. Doordat er een vaste medewerker aan de school gekoppeld is, snijdt het mes aan twee kanten. De hulpverlening wordt door gezinnen als laagdrempelig ervaren, het hoort immers bij school. Voor de school is het echter ook laagdrempelig om samen te werken met de hulpverlener aangezien de hulpverlener onderdeel is gaan uitmaken van het team. Daarnaast is gebleken dat de samenwerking begrip voor elkaars expertise maar ook zicht op elkaars mogelijkheden en beperkingen oplevert. Dit vergroot de mogelijkheden tot samenwerking en vormt nieuwe uitdagingen. 
Tijdens de workshop willen we ingaan op het ontstaan van ATOS, hoe de hulpvorm er momenteel uit ziet, de do’s en don’ts die wij door de jaren heen hebben opgedaan. Dit alles ondersteunt met ervaringen uit de praktijk.

Elske de Kanter, gedragswetenschapper, Altra, onderwijs & jeugdhulp en Eve Peterson, ambulant gezinsbegeleider, Altra, onderwijs & jeugdhulp.

13. Onderwijs-zorglijnen in de praktijk: samenwerking Altra-Apolloschool
Altra, onderwijs & jeugdhulp heeft samen met de Apollo school, een kleinschalige school voor vmbo-t en havo onderbouw-leerlingen met een rugzak, een zorgaanbod ontwikkeld. De ambulante begeleider is klassencoach geworden. Altra, onderwijs & jeugdhulp biedt in samenwerking met de mentor ondersteuning waar deze nodig is. Niet alleen de leerlingen met een rugzakje profiteren hiervan, ook de leerlingen die geen rugzakje hebben krijgen extra begeleiding. De vaste klassencoaches observeren in de klassen en signaleren hierdoor sneller eventuele problemen die een aanpak behoeven. De aanpak wordt samen met de mentor en zorgcoördinator besproken en toegepast. In een presentatie wordt toegelicht hoe deze samenwerking tot stand is gekomen en hoe het in de praktijk werkt.
Aafje Hammerstein, orthopedagoog/zorgcoördinator, De Apollo en Marjolein Moonen, ambulant begeleider VO, Altra, onderwijs & jeugdhulp.

14. Onderwijs-zorglijnen in de praktijk: handelingsgerichte diagnostiek
Als gevolg van ontwikkelingen in het onderwijs en de jeugdzorg wordt vanuit de praktijk steeds sterker de noodzaak gevoeld tot afstemming en samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg. Door middel van onderwijs-zorgarrangementen wordt vormgegeven aan hulp voor leerlingen die zowel op school als daarbuiten zorg nodig hebben. Handelingsgerichte diagnostiek kan helpen bij het vormen van een integraal beeld van de problematiek (didactisch, sociaal-emotioneel, gezin, vrije tijd) en de benodigde aanpak. In de deelsessie illustreert Nina Draaisma met behulp van praktijkvoorbeelden en oefeningen hoe HGD behulpzaam kan zijn bij het vormgeven van onderwijs-zorgarrangementen. Daarnaast zal het uitwisselen van best practices op dit gebied aandacht krijgen in de deelsessie. 
Nina Draaisma Msc., gedragswetenschapper in de jeugdzorg, Altra, onderwijs & jeugdhulp.

15.
Onderwijs-zorglijnen in de praktijk: de Trajectgroep in het regulier voortgezet onderwijs
De trajectgroep is een voorziening ín de school voor leerlingen die hiervoor door het zorgteam van de school geïndiceerd zijn. Dat kunnen leerlingen mét of zonder rugzak zijn. In de trajecgroep werkt een ambulant begeleider meestal samen met een pedagogisch medewerker van de school. Leerlingen volgens lessen gewoon vanuit hun basisklas, maar krijgen op vaste momenten hulp bij bijvoorbeeld plannen, emotieregulatie, leerstijl en taakaanpak. Daarnaast kunnen ze binnenlopen voor een time-out en kunnen ze rustig aan het schoolwerk werken in tussenuren en voor of na school. Docenten kunnen observatie en coaching krijgen vanuit de trajectgroep, individueel of in groepen.De voordelen? Korte lijnen, binnen school en met ouders. Leerlingen die zich in elkaar herkennen, elkaar tegenkomen en samen oplossingen bedenken. Begeleiding op maat, zichtbaar en vindbaar. Een voorziening die past binnen het onderwijs van nu! 
Annegien Simis, ambulant begeleider, SVIBcoach, Altra, onderwijs & jeugdhulp.

16. Onderwijs-zorglijnen in de praktijk: Positive Behavior Support

Kwalitatief goed onderwijs, zorg voor leerlingen, omgaan met gedragsproblemen en het tegengaan van schooluitval zijn actuele thema’s. Leraren hebben te maken met leerlingen die zich regelmatig problematisch gedragen. De grote diversiteit aan onderwijs en zorgbehoeften van leerlingen vormt voor leraren een grote uitdaging. Ze uiten regelmatig de behoefte  aan ondersteuning om meer handelingsbekwaam te zijn in de omgang met leerlingen met gedragsproblemen. PBS (ontwikkeld in Amerika tot een evidence based programma) is gericht op het bevorderen van gewenst gedrag bij leerlingen, met als doel om een positief pedagogisch klimaat te creëren waarin elke leerling optimaal kan profiteren van het geboden onderwijs. De aanpak omvat interventies voor alle kinderen en specifieke interventies voor kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Een van de uitgangspunten van PBS is het samenwerken tussen school, ouders en jeugdzorg. Tijdens deze sessie maakt u nader kennis met de bouwstenen van PBS. Hoe ziet  zo’n PBS-traject op school,  in samenwerking met ouders en zorginstanties eruit? Welke rol kan de zorg hierin spelen?  Op welke wijze krijgt een goede samenwerking met de zorg vorm?
Margreet Schermers Onderwijs adviseur/ PBS Coach bij de Bascule en Marjolijn Postma Ambulant begeleider VO/ PBS medewerker bij Altra.

17. Samenwerking tussen onderwijs en (jeugd)zorg in Engeland
Gedurende de periode dat Labour aan de macht is geweest heeft het programma Every Child Matters een belangrijke rol gespeeld in het Engelse onderwijs. Door middel van intensieve samenwerking tussen onderwijs, gezondheidszorg en jeugdzorg moeten 5 doelen bereikt worden: Gezond zijn (be healthy), veilig zijn (stay safe), genieten en presteren (enjoy and achieve), positieve bijdrage leveren (make a positive contribution), en economisch welzijn bereiken (achieve economic well-being). Uitgangspunt daarbij is in sommige gemeenten dat iedere leerling naar een reguliere school gaaten om en in de school de hulp krijgt die het nodig heeft. Het principe van samenwerking tussen onderwijs en (jeugd)zorg is door de huidige regering van liberalen en conservatieven gehandhaafd, maar heeft wel een andere naam en een iets ander gezicht gekregen. Wat zijn de ervaringen in Engeland met samenwerking onderwijs- jeugd(gezondheids)zorg en passend onderwijs en wat kunnen we er in Nederland van leren?
Alfons Timmerhuis, consultant, M&O-groep.

18 Leren van voorvallen!
Incidenten en calamiteiten komen voor in de jeugdzorg (Commissie Samson, Inspectie Jeugdzorg, Onderzoeksraad voor Veiligheid). Hoe kan je deze  incidenten als organisatie zelf op een zorgvuldige wijze onderzoeken? Welke stappen zet je?  In Engeland is de methode “Learning Together” ontwikkeld. Een methode niet gericht op oordelen maar op leren. In de workshop vertellen de inleiders het hoe en waarom van deze methode.
Drs. René van Vianen en drs. Marjan de Lange, beiden senior medewerker Jeugdzorg & Opvoedhulp, NJi.


19. VoorZorg: ondersteuning bij zwangerschap, opvoeding en opgroeien voor gezinnen met veel risico’s op opvoedingsproblemen

VoorZorg is een intensief huisbezoekprogramma, uitgevoerd door ervaren en speciaal getrainde jeugdverpleegkundigen, dat start in de zwangerschap en doorloopt tot het kind 2 jaar oud is. Het programma richt zich op vrouwen tot 25 jaar die weinig of geen opleiding hebben genoten en die kampen met diverse problemen of risicofactoren. VoorZorg is de Nederlandse versie van het Nurse-Family Partnership programma, dat in de VS in 35 jaar goed ontwikkeld is en in 3 verschillende trials (RCT’s) effectief is gebleken. Ook in Nederland zijn er eerste positieve resultaten uit effectonderzoek door het VUmc. In deze lezing zullen o.a. de revue passeren: doel, beoogde en bereikte doelgroep, de inhoud en werkprincipes van het programma, landelijke ondersteuning door het NJi en implementatie vanaf 2004, resultaten van lopend effectonderzoek door het VUmc en andere evaluaties, kansen voor VoorZorg als interventie binnen het CJG, en de stand van zaken in de uitvoering door nu 9 JGZ organisaties in 26 gemeenten.
Tijdens en na afloop van de lezing is er voldoende tijd voor vragen en opmerkingen. Eventueel zal worden gewerkt met stellingen en vragen door de inleider.
Drs. Klaas Kooijman, senior medewerker Jeugdzorg & Opvoedhulp, NJi.


20. Deze deelsessie is komen te vervallen


21. Kindermishandeling stoppen en helpen: handreiking voor een adequate aanpak
De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor de aanpak van kindermishandeling. De nadruk lag daarbij vooral op de vraag hoe beroepskrachten en mensen uit de omgeving van een gezin kindermishandeling kunnen signaleren en welke stappen zij bij een vermoeden van kindermishandeling kunnen nemen. Onderbelicht is nog hoe je kindermishandeling het best kunt stoppen en wat je moet doen om de schadelijke gevolgen voor het kind te beperken. In deze workshop gaan de deelnemers, onder leiding van één van de auteurs, aan de slag met de handreiking ‘Stoppen en helpen; een adequaat antwoord op kindermishandeling’. In de workshop wordt de kennis over diagnostiek en hulpaanbod zoals beschreven in de handreiking toegelicht en is er aandacht voor het realiseren van een samenhangend hulpaanbod. De workshop is bestemd voor professionals in onder meer de jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugd-ggz die te maken krijgen met gezinnen waar kindermishandeling is geconstateerd.
Mariska de Baat MSc, onderzoeker en adviseur Jeugdzorg & Opvoedhulp, NJi 

22. Wat werkt in de aanpak van Kindermishandeling?

Kindermishandeling komt in alle landen voor. Voor de aanpak van kindermishandeling in ons land kunnen we leren van de landen van om ons heen. In deze deelsessie bespreken Jodi Mak en Tijne Berg-le Clercq daarom de belangrijkste bevindingen van het Daphne project 'Prevent and Combat Child Abuse: What works? An overview of regional approaches, exchange and research'. Het Nederlands Jeugdinstituut coördineert dit door de Europese Commissie gefinancierde project over de aanpak van kindermishandeling waarin wordt samengewerkt met het Verwey-Jonker Instituut en organisaties uit Duitsland, Hongarije, Portugal en Zweden. Jodi Mak en Tijne Berg-le Clercq  bespreken interessante aanpakken van kindermishandeling uit deze landen. Zij gaan hierbij ook in op de mening van ouders en professionals uit Nederland Duitsland, Hongarije, Portugal en Zweden over wat wel en wat niet werkt in de aanpak van kindermishandeling.

Drs. Tijne Berg-le Clercq, senior medewerker Internationaal, NJi en Drs. Jodi Mak, onderzoeker Jeugd, Verwey-Jonker Instituut .

23.
Zorgvuldig beslissen in onveilige opvoedsituaties, hoe doe je dat?
In deze deelsessie bespreken we hoe een goede risicotaxatie voor kindermishandeling kan bijdragen aan een goede hulpverlening aan kinderen en ouders wanneer er zorgen bestaan over de veiligheid van een kind in het gezin. We delen inzichten en bespreken valkuilen over; informatie verzamelen, het inschatten van de risico’s van kindermishandeling, beoordelen van een onveilige situatie en beslissen over vermoeden van kindermishandeling. Tevens bespreken we wat de bijdrage van een risicotaxatie instrument (de LIRIK) kan zijn bij het inschatten van een onveilige opvoedsituatie. Dit doen we aan de hand van een casus.
Irma Haxe, pedagoog en trainer (onder meer voor het NJi) en Els Mourits, projectleider en trainer (onder meer voor het NJi).


24. Implementeren en monitoren van een interventie
De beschikbaarheid van effectieve interventies helpen om in de sector een flinke kwaliteitsslag te maken. Echter zonder effectieve implementatie blijft 1 x 0=0 en zijn kinderen en gezinnen onvoldoende geholpen. We willen toe naar 1 x 1= 1. Dit betekent dat de effectieve interventie ook daadwerkelijk op een goede manier wordt uitgevoerd.
Een belangrijke motiverende factor in het daadwerkelijk toepassen van een interventie is zichtbaar maken dat het werkt. Niet in theorie, maar in de praktijk. Bij u, bij uw team en voor uw cliënten. Dat vraagt om monitoring van essentiële bestanddelen. Bijvoorbeeld door het werken met vragenlijsten. Het vraagt ook om leer- en verbeterstrategieën. Niet alleen op persoonlijk, team- en organisatieniveau, maar ook op interventie (landelijk) niveau.
Inmiddels is vrij veel bekend over welke leer- en communicatiestrategieën in welke stadium van het innovatieproces de implementatie van een interventie kunnen versnellen. Hiertoe is de Lecowijzer ontwikkeld en u gaat hiermee kennis maken. Het gaat om handige tips die, mits goed toegepast, verbluffend meer rendement opleveren voor uw cliënt. We gaan uw praktijkervaring met implementatie langs de Lecowijzer leggen.
Daarnaast helpen de juiste monitoringsgegevens resultaten zichtbaar te maken. We zullen u hiertoe belangrijke tips  geven. Eén daarvan is om de krachten te bundelen. Niet meer van hetzelfde te doen, maar de handen in één te slaan. Een gezamenlijk monitorsysteem ontwikkelen en hierover kenniskringen organiseren. Dit, zodat we elkaar scherp kunnen houden. Hoe? Met u zullen we de discussie aangegaan over wat er nog te leren valt over implementatie van uw interventie. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de implementatiewijzer. Dit  is een digitale tool die ondersteunt in het systematisch stilstaan bij alle aspecten in het implementatieproces en het geeft tips voor verdere stappen in het proces (www.nji.nl/implementatie).
Marleen Wilschut MSc, medewerker Programma-implementatie en Training, NJi en Herma Ooms MCM, afdelingshoofd Programma-implementatie en Training, NJi. 

25. Een succesvolle aanpak van veiligheidsvraagstukken in het voortgezet onderwijs
Chaja Deen, senior medewerker Onderwijs & Jeugdzorg, NJi en Anneke Slot MSc, adviseur Onderwijs & Jeugdzorg, NJi.

26. Online hulp aan jongeren: wat er is, hoe het werkt en waar de kansen liggen

Voor jongeren is het gebruik van smartphones en internet onlosmakelijk verbonden met het dagelijks leven. Jongeren zijn voortdurend online. Uit onderzoek van Cisco (2011) blijkt zelfs dat voor één op de drie studenten en jonge werknemers het internet even belangrijk is als universele menselijke basisbehoeften zoals lucht, water, voedsel en onderdak. Meer dan de helft van de respondenten zegt niet meer zonder internet te kunnen en noemt het 'een integraal onderdeel van hun leven'. De hulpverlening zoekt steeds meer naar manieren om aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren en jongeren met problemen in een vroeg stadium te bereiken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist de online hulpverlening aan jongeren de afgelopen jaren een enorme vlucht heeft genomen.
Waar kunnen jongeren online terecht? Waardoor voelen ze zich wel of juist niet aangesproken? Hoe ziet online hulp aan jongeren eruit en welke mogelijkheden biedt het internet? In deze sessie passeert een aantal effectieve en vernieuwende online initiatieven uit de jeugdzorg en ggz de revue. We bekijken voorbeelden van chathulp, e-mailhulp, zelfhulp en online behandeling voor jongeren. Ook is er aandacht voor het effectief bereiken van jongeren en hen enthousiasmeren voor online hulpinitiatieven. Tenslotte wordt ook de kant van de hulpverlener belicht: hoe is het om op deze manier met jongeren te werken?
Drs. Myriam Limper, adviseur nieuwe media en hulpverlening, Stichting E-hulp.nl.


27. Het Vlaggensysteem
Leren duiden van seksueel gedrag van jongeren en weten hoe adequaat erop te reageren.
Lou Repetur, senior projectleider huiselijk en seksueel geweld, MOVISIE.

28.
Deze deelsessie is komen te vervallen

29.
Kinderopvang, partner in de ontwikkeling van kinderen
Vlietkinderen wil als kinderopvangorganisatie een betrokken maatschappelijke ondernemer zijn. Een ondernemer die graag een bijdrage levert aan activiteiten die niet direct binnen de doelstellingen passen, maar waarmee we wel verbonden zijn. Wij kiezen ervoor om kinderopvang “aanwezig en zichtbaar” te laten zijn in maatschappelijke ontwikkelingen en daarom maken wij gebruik van de vele kansen die zich voordoen.
Eén van die kansen lag in de realisatie van- en participatie in een CJG binnen de Gemeente Leidschendam-voorburg. Vlietkinderen ging daarbij de ongebaande paden niet uit de weg! Bent u nieuwsgierig naar de aanpak? En bent u benieuwd hoe wij kwamen tot een krachtige ontwikkeling en professionalisering van diensten in het kader van preventie en signalering? Wij vertellen u er graag over!
Ellen Bakker, Manager Pedagogiek, Yvonne Bood, Manager Communicatie, PR en ontwikkeling en Gülay Yigitdol, medewerker Spel- en Opvoedpunt CJG, Vlietkinderen, organisatie voor kinderopvang in Leidschendam-Voorburg en Den Haag